Een zonnige wilde plant die bijna overal groeit.
Van jonge bladeren en goudgele bloemen tot de diepe wortel: vrijwel de hele plant kan worden gebruikt in de keuken, kruidengeneeskunde en natuurlijke recepten.
Maart – oktober
Grasvelden, bermen, tuinen, dijken en open terreinen
10 – 40 cm
Ja (blad, bloem en wortel)
De paardenbloem is een van de bekendste en meest bruikbare wilde planten van Nederland.
Van salade en thee tot siroop en koffie-alternatief – vrijwel de hele plant kan worden gebruikt.
De paardenbloem vormt een bladrozet dicht bij de grond met diep ingesneden bladeren.
Uit het midden groeien holle bloemstengels met één felgele bloem per stengel.
Na de bloei verandert de bloem in een bekende witte pluizenbol met zaden.
Je vindt paardenbloemen vrijwel overal waar gras groeit.
Bijna de hele plant is eetbaar.
Jonge bladeren hebben een licht bittere smaak en worden vaak gebruikt in salades.
De bloemen zijn geschikt voor siroop, gelei en thee.
De wortel kan worden geroosterd als koffie-alternatief.
Paardenbloem wordt vaak gebruikt in:
Paardenbloem wordt al eeuwenlang gebruikt als kruidenplant.
Traditioneel wordt het gebruikt ter ondersteuning van:
Paardenbloem bevat van nature bitterstoffen, mineralen en inuline. Vooral de wortel staat bekend om zijn bitterstoffen en inuline, een vezelachtige stof die ook in andere wortelplanten voorkomt. De bladeren bevatten onder andere kalium en andere mineralen.
De plant is niet giftig zoals sommige andere wilde planten dat kunnen zijn, maar het witte melksap uit de stengel kan bij gevoelige mensen irritatie geven. Ook kunnen mensen die gevoelig zijn voor composieten, zoals madeliefje, kamille of duizendblad, soms reageren op paardenbloem.
Gebruik paardenbloem daarom als voedselplant, niet als wondermiddel. Pluk schoon, begin klein en gebruik geen grote hoeveelheden wanneer je zwanger bent, medicijnen gebruikt of problemen hebt met gal, nieren of allergieën.
Belangrijk voedsel in het voorjaar
Haalt voeding uit de bodem
Verspreidt zich met de wind
Blad, bloem en wortel
Jonge paardenbloemblaadjes stonden vroeger bekend als molsla.
De blaadjes werden soms onder een pot of een laagje aarde afgedekt. Zonder licht bleven ze bleker en zachter van smaak, een beetje zoals witlof.
Zo veranderde een gewone paardenbloem uit het gras in een frisse lentesla.